Uitgebreide achtergrondinformatie


Bloedcellen

Bloedgroepen In ons bloed zitten miljarden cellen, zoals rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes, die allemaal een belangrijke taak hebben. Op de rode bloedcellen zitten diverse kenmerken die bepalen welke bloedgroep iemand heeft, zoals bloedgroep A, B, AB of O en Rhesus positief of negatief. Ook op de bloedplaatjes zitten kenmerken die voor een bloedgroep zorgen. Die worden aangegeven met de letters HPA. De belangrijkste voor de zwangerschap is de HPA-1a bloedgroep. Bij 2% van de mensen is deze bloedgroep afwezig. Zij zijn HPA-1a negatief.

 

 

infographic-24baby

HPA-1a en de zwangerschap Wanneer een vrouw HPA-1a negatief is en zwanger is van een kindje dat HPA-1a positief is, kan het lichaam antistoffen gaan aanmaken tegen deze bloedgroep van het kind. Ongeveer 10% van de HPA-1a negatieve vrouwen maakt deze antistoffen. De antistoffen kunnen door de placenta bij het kind terechtkomen en soms schade veroorzaken. Er is dan sprake van de ziekte Foetale en Neonatale AlloImmuun Trombocytopenie (FNAIT). FNAIT kan bloedingsproblemen geven. Dit treedt in 10-30% van de zwangerschappen met HPA-1a antistoffen op.  In het geval van een bloedingsprobleem heeft het kindje vaak alleen kleine vlekjes op de huid of een blauwe plek. Maar in zeldzame gevallen kan ook een ernstigere bloeding ontstaan. Een voorbeeld hiervan is een hersenbloeding.

 

Behandeling van een baby met FNAIT Als een kindje is geboren met een bloedingsprobleem kan dat door FNAIT komen. Het kindje wordt dan behandeld. Meestal hoeft er alleen maar afgewacht te worden tot de ziekte weer vanzelf verdwijnt. In zeldzame gevallen is er intensieve zorg nodig en wordt er behandeld met een medicijn of een transfusie met donorbloedplaatjes. 

Tijdige behandeling van FNAIT Inmiddels weten we dat je het medicijn IVIg al tijdens de zwangerschap aan de zwangere vrouw kan toedienen en dat dit ernstige bloedingen bij het kindje kan voorkomen. Een behandeling met IVIg kan bijwerkingen geven. De meest voorkomende bijwerking is hoofdpijn. Op dit moment weten we nog niet of alle antistoffen tegen bloedplaatjes altijd voor ziekte bij het kindje zorgen. De HIP-studie gaat meer kennis hierover verzamelen.

Welke kennis gaat de HIP-studie opleveren?
De HIP-studie zal ons leren hoe vaak zwangere vrouwen HPA-1a negatief zijn en antistoffen tegen bloedplaatjes maken. Ook leert de HIP-studie ons hoe vaak de ziekte FNAIT door HPA-1a antistoffen voorkomt in Nederland. Om te kunnen vaststellen welke antistoffen tegen de HPA-1a bloedgroep schade geven worden laboratoriumtesten gedaan. Het antwoord op deze onderzoeksvraag verbetert de behandeling van kindjes die geboren worden met de ziekte FNAIT. Ook is deze kennis nodig om gericht behandelen tijdens de zwangerschap mogelijk te maken. Als laatste kan deze kennis gebruikt worden bij het bepalen of tijdige opsporing, door de HPA-1a bloedgroep bij elke zwangere vrouw in Nederland te onderzoeken, zinvol is.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn